Verslag lezing over Arie van der Boom (Kunstschilder) 22 september 2011 |
LEZING OVER ARIE V.D. BOOM (KUNSTSCHILDER)
Datum: 22 september 2011 in het Stationskoffiehuis te Rolde
‘DE NATUUR IS MIJN VRIEND’
De lezing over Arie v.d. Boon door Frans Klein, die werd georganiseerd door de Culturele Vereniging Rolde in samenwerking met het RHG, werd bezocht door 72 personen.
Een zeer boeiende avond. We kwamen veel te weten over deze kunstschilder die in 1915 in Rolde kwam en hier, tot zijn overlijden in 1961 op 75 jarige leeftijd, heeft gewoond.
We kregen zelfs een kijkje achter de schermen, omdat er veel privéfoto’s werden getoond en anekdotes weren verteld. Frans Klein was familie van Arie v.d. Boon.
Arie v.d. Boon werd in 1886 in Doesburg geboren. Op 15 jarige leeftijd liep hij van huis weg, omdat hij het liefst van alles tekende. Hij werd decoratieschilder in Schiedam.
In 1905 ging hij naar Den Haag, waar hij de kunstacademie korte tijd volgde. Het was hem te veel een keurslijf. Hij wilde ‘vrij’ zijn in zijn keuzes van schilderen. Arie kwam in de leer bij Dirk Wiggers en kreeg ook privé lessen van Louis van Soest (deze gaf ook schilderles aan koningin Wilhelmina). Via omzwervingen –Dieren (1905-1909) Laag Soeren (1909-1913) en Apeldoorn (1913/1915- kwam hij in Rolde terecht.
Arie had een hekel aan alles wat met de moderne tijd te maken had en Drenthe was ‘nog achterlijk’ in de optiek van niet-Drenten. Het was de reden dat hij naar hier verhuisde.
In het begin woonde hij in een tuinhuis (woonatelier) aan de Burgemeester Reijnderstraat in Rolde. Arie hield van idyllische en authentieke plekken. Zijn schilderijen blijken in onze tijd van topografische betekenis te zijn. Ook geeft het een goed beeld van dorpsgezichten, pittoreske plekjes e.d. van die periode.
Mensen komen nauwelijks voor in zijn werk. Ook zijn er nauwelijks schilderijen en tekeningen te vinden waarbij bomen blad hebben. Hij had er moeite mee dit laatste goed op het doek te krijgen.
Om in zijn onderhoud te voorzien gaf hij privélessen en was er elk jaar een verkoopexpositie in het toenmalige café Ottens. Zijn belangrijkste inspiratiebron was Theophile de Bock (1851-1904), behorend bij de Haagse School. In 1926 trouwde Arie met Henriette (Jet) Gratama; een familie met veel geld. Ze bouwden aan de Asserstraat een woning met atelier. Vanaf die tijd hoefde hij geen broodschilder meer te zijn.
De oorlog heeft veel met Arie gedaan. Het werk voor de oorlog was bijna expressionistisch. Hij werkte veel met houtskool. Vaak donkere contouren die ingekleurd werden met kleur.
Na de oorlog heeft het lang geduurd voor hij weer lust had om te schilderen. Hij veranderde ook van techniek en stijl.
Arie en zijn vrouw hebben veel gereisd. Ze waren veel in Chenna (Italië), waar hij ook vaak schilderde. Ze werden er samen geregeld op een tandem gezien: Arie achterop en zijn vrouw voorop. Later kochten ze een autootje; Jet zat altijd achter het stuur. Ook maakte hij graag uitstapjes met collega schilders, zoals Escher, leden van de Ploeg, Mondiaan, Evert Musch en Joop Schuurhuis.
Arie maakte nooit foto’s om het werk elders af te kunnen maken. Hij schetste en maakte het dan in zijn atelier af. In zijn laatste levensjaren werd het werken met kleurpotlood het belangrijkst. Aquarellen heeft hij nooit gemaakt.
In 1960 heeft hij zijn laatste expositie gehouden in het Nutsgebouw in Rolde.
Menig huishouden in Rolde en omgeving blijken werk van hem thuis te hebben.
Er bestaat helaas geen volledig overzichtslijst van de vele werken die hij heeft gemaakt.
De Culturele Vereniging Rolde heeft een ‘kunstroute’ uitgegeven, die je langs boerderijen en landschappen leidt die Arie van der Boon heeft vastgelegd op het schildersdoek.
Klik hier voor meer informatie over deze route via rolde.nu.nl
Terug 


"Wie kent ze" nieuwe vragenrubriek van de...